Hoofdpijn bij kinderen. Soms is de oorzaak snel duidelijk. Maar wat als de hoofdpijn blijft terugkomen? Als onderzoek weinig oplevert, terwijl het kind wél klachten houdt? Of als u twijfelt: kan ik hier geruststellen of mis ik iets? Precies daar wordt hoofdpijn ingewikkeld.
Niet iets missen. Maar ook niet medicaliseren.
Geen ernstige aandoening willen missen is vanzelfsprekend. Tegelijkertijd wilt u voorkomen dat ieder kind met hoofdpijn in een medische zoektocht terechtkomt. Een classificatie of diagnose kan helpen, maar vertelt niet altijd waarom juist dit kind klachten ontwikkelt of waarom die klachten blijven bestaan. Slaap, fysieke belasting en belastbaarheid, stress, gedrag, de omgeving en de manier waarop een kind en ouders met pijn omgaan, kunnen allemaal een rol spelen.
De uitdaging is niet alleen vaststellen wát voor hoofdpijn een kind heeft, maar begrijpen wat er bij dit kind speelt. Als oorzaak en gevolg door elkaar gaan lopen.
Bij aanhoudende hoofdpijn ontstaat gemakkelijk een vicieuze cirkel. Een kind slaapt slechter door de hoofdpijn en krijgt door slaaptekort meer hoofdpijn. Bewegen wordt vermeden omdat het pijn doet, waardoor de belastbaarheid verder afneemt. Schoolverzuim kan oplopen. Ouders maken zich zorgen. En spanning rond de klachten kan weer invloed hebben op de klachten zelf. Dan is hoofdpijn niet langer een geïsoleerde klacht, maar een puzzel van biologische, psychologische en sociale factoren. Hoe brengt u die puzzel in kaart zonder de lichamelijke klacht uit het oog te verliezen – of het kind het gevoel te geven dat de pijn ‘tussen de oren zit’?
Dezelfde hoofdpijn, een andere rol.
We kiezen er bewust voor om tijdens deze dag JGZ-professionals en kinderfysiotherapeuten samen te brengen. Binnen de JGZ ligt het accent op preventie en vroegsignalering: herkennen wat er speelt, weten wanneer geruststelling passend is en wanneer en naar wie moet worden verwezen. De kinderfysiotherapeut ziet vaker kinderen bij wie klachten het dagelijks functioneren al beïnvloeden en behandeling nodig is – en moet tegelijkertijd weten wanneer verder onderzoek of verwijzing noodzakelijk is. Andere rollen in de zorgketen, maar hetzelfde kind.
Spreken we ook dezelfde taal?
Juist daarom is een gedeelde kennisbasis belangrijk. Wat verstaan we onder aanhoudende lichamelijke klachten? Hoe spreken we over pijn? Welke uitleg geven we aan een kind en ouders? En hoe kijken we naar de wisselwerking tussen lichamelijke, psychologische en sociale factoren? Tegenstrijdige uitleg kan onzekerheid vergroten. Een gedeelde visie en taal kunnen juist bijdragen aan vertrouwen en een aanpak die voor kind en ouders begrijpelijk is.
Vroegsignalering, verwijzing en behandeling worden sterker wanneer professionals weten wat er vóór en ná hun eigen stukje van de zorg gebeurt. En dan: wat kunt u doen?
Verder kijken is geen doel op zich. Uiteindelijk wilt u weten wat een kind helpt. Wanneer stelt u gerust? Wanneer verwijst u? Welke factoren kunt u zelf beïnvloeden? Hoe voorkomt u onnodige medicalisering zonder klachten te bagatelliseren? En hoe helpt u kind en ouders om niet alleen grip te krijgen op de pijn, maar ook weer op het dagelijks functioneren? Tijdens deze dag brengen we actuele kennis, verschillende perspectieven en praktische mogelijkheden bij elkaar.
Accreditatie
Aangevraagd bij Kwaliteitshuis Fysiotherapie, ABSG, NVK, Kwaliteitsregister V&V en ADAP
Inschrijfgeld
Het inschrijfgeld bedraagt: € 299
Voor wie?
(Kinder)fysiotherapeuten, (kinder)oefentherapeuten, jeugdartsen, artsen M+G, jeugdverpleegkundigen en kinderartsen; andere belangstellenden van harte welkom